DNA-farmacogenetische testDNA-farmacogenetische testDNA-farmacogenetische testDNA-farmacogenetische testDNA-farmacogenetische test
DNA-farmacogenetische test
DNA-farmacogenetische test
DNA-farmacogenetische test
DNA-farmacogenetische test
DNA-farmacogenetische test

DNA-farmacogenetische test

Normale prijs €269,00 | Sparen €-269,00(0%uit)
/

Gratis Verzending

Medicijnen kunnen bij iedereen anders werken, afhankelijk van je genetische aanleg. De Pharmacogenetics Test analyseert belangrijke genetische variaties die invloed kunnen hebben op hoe je lichaam bepaalde medicijnen verwerkt, waaronder hoe effectief ze kunnen zijn, welke dosering mogelijk passend is en de kans op bijwerkingen.

Met deze eenvoudige thuistest ontvang je een duidelijk rapport over 22 genen die invloed kunnen hebben op hoe je lichaam bepaalde medicijnen verwerkt. De inzichten uit het rapport kun je bespreken met je arts, apotheker of zorgverlener. De resultaten vervangen geen medisch advies, maar kunnen helpen om gerichter in gesprek te gaan over je medicatie en behandelmogelijkheden.

Testmethode:
Wangslijmvlies

Welke soorten genen worden getest?

Notify me when available

You have already submited form for Default Title

Thanks for contacting us. We'll get back to you as soon as product / variant is back in stock.
  • 5% korting bij aankoop van 2 of meer producten
  • Voor 17:00 besteld, morgen in huis
  • Analyse in ISO-gecertificeerd laboratorium
  • De testresultaten zijn binnen 4 tot 6 weken beschikbaar
0
DNA-farmacogenetische test

DNA-farmacogenetische test

€269,00

De test analyseert 22 genen die verband houden met hoe je lichaam bepaalde medicijnen verwerkt, hoe gevoelig je ervoor kunt zijn en of er extra aandacht nodig is voor veilig gebruik. In het rapport worden je resultaten overzichtelijk samengevat in duidelijke categorieën, zoals “vereist aandacht”, “aandachtspunt” of “geen duidelijke bijzonderheden”.

De genen zijn onder andere relevant voor de volgende medicatiegroepen:

  • Antidepressiva en psychiatrische medicatie
  • Pijnstillers en opioïden
  • Hartmedicatie en bloedverdunners
  • Cholesterolverlagende medicijnen
  • Antivirale middelen
  • Medicatie voor aandacht en concentratie

Je neemt het DNA-monster eenvoudig thuis af met een speekselkit. Het monster wordt vervolgens geanalyseerd in een gecertificeerd laboratorium. Na de analyse ontvang je een uitgebreid digitaal rapport met je farmacogenetisch profiel en uitleg over hoe je genetische aanleg invloed kan hebben op de verwerking van en reactie op bepaalde medicijnen.

Een afwijkend resultaat betekent niet automatisch dat een medicijn onveilig is. Het betekent vooral dat verder overleg of extra monitoring verstandig kan zijn.

Deze test analyseert klinisch relevante genen die betrokken zijn bij de verwerking, het transport en de gevoeligheid voor medicijnen. Deze biomarkers worden veel gebruikt binnen de farmacogenetica en zijn gekoppeld aan adviezen voor dosering en richtlijnen voor medicijnrespons.

De geanalyseerde biomarkers omvatten onder andere de volgende genen:

  • ABCG2 – Helpt stoffen en medicijnen uit cellen te transporteren. Varianten kunnen invloed hebben op hoe je lichaam omgaat met jichtmedicatie zoals allopurinol en bepaalde cholesterolverlagende of kankerremmende medicijnen.
  • COMT – Betrokken bij de afbraak van neurotransmitters zoals dopamine en adrenaline. Dit gen kan invloed hebben op je reactie op psychiatrische medicatie, pijnmedicatie en behandelingen die het zenuwstelsel beïnvloeden.
  • CYP1A2 – Een leverenzym dat betrokken is bij de verwerking van cafeïne en verschillende medicijnen. Vooral relevant voor cafeïnegevoeligheid, antipsychotica en sommige antidepressiva.
  • CYP2B6 – Helpt bij de verwerking van verschillende medicijnen in de lever. Varianten kunnen invloed hebben op je reactie op medicatie die wordt gebruikt bij neurologie, anesthesie, stoppen met roken en de behandeling van infectieziekten.
  • CYP2C9 – Belangrijk voor de afbraak van veelgebruikte medicijnen. Dit gen heeft veel invloed op bloedverdunners zoals warfarine, bepaalde pijnstillers zoals NSAID’s en sommige diabetesmedicatie.
  • CYP2C19 – Beïnvloedt hoe goed je lichaam verschillende veel voorgeschreven medicijnen verwerkt. Vooral relevant voor antidepressiva, maagzuurremmers zoals protonpompremmers en bloedplaatjesremmers zoals clopidogrel.
  • CYP2D6 – Een van de klinisch belangrijkste farmacogenetische genen. Het beïnvloedt de verwerking van veel antidepressiva, opioïden, bètablokkers en psychiatrische medicatie.
  • CYP3A4 – Een belangrijk enzym dat betrokken is bij de verwerking van een groot deel van alle voorgeschreven medicijnen. Het heeft invloed op veel medicijngroepen, waaronder statines, immunosuppressiva, antibiotica en cardiovasculaire medicatie.
  • CYP3A5 – Nauw verwant aan CYP3A4 en ook betrokken bij de verwerking van medicijnen. Vooral belangrijk voor immunosuppressieve medicijnen zoals tacrolimus.
  • DPYD – Helpt bij de afbraak van fluoropyrimidine-chemotherapie. Varianten kunnen het risico verhogen op ernstige toxiciteit door medicijnen zoals fluorouracil, ook bekend als 5-FU, en capecitabine.
  • G6PD – Beschermt rode bloedcellen tegen oxidatieve schade. Bepaalde varianten kunnen het risico verhogen op afbraak van rode bloedcellen bij het gebruik van specifieke antibiotica, antimalariamiddelen of andere medicijnen.
  • HLA-B*1502 – Een immuungerelateerd gen dat in verband wordt gebracht met ernstige overgevoeligheidsreacties. Vooral relevant voor anti-epileptica zoals carbamazepine.
  • HLA-B*5701 – Helpt het risico op ernstige immuungemedieerde medicijnreacties te voorspellen. Vooral belangrijk vóór behandeling met abacavir en sommige andere medicijnen.
  • HLA-A*3101 – Gelinkt aan een verhoogd risico op huidreacties en overgevoeligheidsreacties op bepaalde medicijnen. Vooral geassocieerd met behandeling met carbamazepine.
  • MTHFR677 – Speelt een rol bij folaatmetabolisme en methyleringsprocessen. Varianten kunnen invloed hebben op hoe je lichaam folaat verwerkt en op de reactie op een klein aantal medicijnen, waaronder methotrexaat.
  • NUDT15 – Helpt je lichaam thiopurinemedicatie veilig te verwerken. Varianten kunnen de gevoeligheid verhogen voor azathioprine, mercaptopurine en verwante medicijnen.
  • SLCO1B1 – Verantwoordelijk voor het transport van bepaalde medicijnen naar de lever. Het sterkst gekoppeld aan de verwerking van statines en het risico op spierbijwerkingen door statines.
  • TPMT – Helpt bij de afbraak van thiopurinemedicatie. Verminderde TPMT-activiteit kan het risico op toxiciteit door azathioprine, mercaptopurine en thioguanine verhogen.
  • UGT1A1 – Betrokken bij de afbraak en uitscheiding van stoffen via de lever. Vooral relevant voor irinotecan-chemotherapie en het hiv-medicijn atazanavir.
  • VKORC1 – Speelt een belangrijke rol bij vitamine K-metabolisme en bloedstolling. Varianten beïnvloeden sterk de gevoeligheid voor bloedverdunners zoals warfarine en acenocoumarol.

Deze genen zijn geassocieerd met de verwerking van een groot aantal medicijnen en kunnen invloed hebben op of iemand een normale, intermediaire, snelle of trage metaboliseerder is. Bepaalde genetische varianten kunnen ook de gevoeligheid voor specifieke medicijnen verhogen of het risico op bijwerkingen vergroten.

Nadat je monster is geanalyseerd, ontvang je een beveiligd online rapport met een uitgebreid overzicht van de genen die zijn getest en eventuele aandachtspunten. Het rapport legt uit hoe jouw genetische varianten invloed kunnen hebben op de verwerking en werking van bepaalde medicijnen.

De testresultaten worden uitgelegd in duidelijke taal. Het rapport kan bijvoorbeeld laten zien dat je lichaam bepaalde medicijnen langzamer of sneller verwerkt, of dat een arts of apotheker extra aandacht moet besteden aan de dosering of monitoring van specifieke medicijnen.

De resultaten zijn bedoeld ter informatie en moeten altijd samen met een gekwalificeerde zorgverlener worden geïnterpreteerd. Medicatie mag nooit uitsluitend op basis van de resultaten van deze test worden gestart, aangepast of gestopt.

Mensen kunnen heel verschillend reageren op dezelfde medicatie. Terwijl de ene persoon het gewenste effect ervaart, kan een ander merken dat een medicijn minder goed werkt of onverwachte bijwerkingen veroorzaakt. Farmacogenetica helpt een deel van deze verschillen te verklaren door genetische variaties te analyseren die invloed hebben op de manier waarop geneesmiddelen door het lichaam worden verwerkt.

Een farmacogenetische test kan helpen om:

  • Te identificeren welke medicijnen mogelijk te snel of te langzaam worden verwerkt
  • Het risico op bijwerkingen of ongewenste geneesmiddelreacties te verminderen
  • Meer gepersonaliseerde keuzes voor medicatie en dosering te ondersteunen
  • Beter te begrijpen waarom bepaalde behandelingen mogelijk niet het gewenste resultaat hebben gehad
  • Waardevolle inzichten te bieden voordat je met nieuwe medicatie begint

Deze inzichten kunnen bijdragen aan beter onderbouwde gesprekken met je arts, apotheker of andere zorgverlener en kunnen helpen om behandelkeuzes te optimaliseren op basis van jouw unieke genetische profiel.

Over de test

De test analyseert 22 genen die verband houden met hoe je lichaam bepaalde medicijnen verwerkt, hoe gevoelig je ervoor kunt zijn en of er extra aandacht nodig is voor veilig gebruik. In het rapport worden je resultaten overzichtelijk samengevat in duidelijke categorieën, zoals “vereist aandacht”, “aandachtspunt” of “geen duidelijke bijzonderheden”.

De genen zijn onder andere relevant voor de volgende medicatiegroepen:

  • Antidepressiva en psychiatrische medicatie
  • Pijnstillers en opioïden
  • Hartmedicatie en bloedverdunners
  • Cholesterolverlagende medicijnen
  • Antivirale middelen
  • Medicatie voor aandacht en concentratie

Je neemt het DNA-monster eenvoudig thuis af met een speekselkit. Het monster wordt vervolgens geanalyseerd in een gecertificeerd laboratorium. Na de analyse ontvang je een uitgebreid digitaal rapport met je farmacogenetisch profiel en uitleg over hoe je genetische aanleg invloed kan hebben op de verwerking van en reactie op bepaalde medicijnen.

Een afwijkend resultaat betekent niet automatisch dat een medicijn onveilig is. Het betekent vooral dat verder overleg of extra monitoring verstandig kan zijn.

Samenvatting van biomarkers

Deze test analyseert klinisch relevante genen die betrokken zijn bij de verwerking, het transport en de gevoeligheid voor medicijnen. Deze biomarkers worden veel gebruikt binnen de farmacogenetica en zijn gekoppeld aan adviezen voor dosering en richtlijnen voor medicijnrespons.

De geanalyseerde biomarkers omvatten onder andere de volgende genen:

  • ABCG2 – Helpt stoffen en medicijnen uit cellen te transporteren. Varianten kunnen invloed hebben op hoe je lichaam omgaat met jichtmedicatie zoals allopurinol en bepaalde cholesterolverlagende of kankerremmende medicijnen.
  • COMT – Betrokken bij de afbraak van neurotransmitters zoals dopamine en adrenaline. Dit gen kan invloed hebben op je reactie op psychiatrische medicatie, pijnmedicatie en behandelingen die het zenuwstelsel beïnvloeden.
  • CYP1A2 – Een leverenzym dat betrokken is bij de verwerking van cafeïne en verschillende medicijnen. Vooral relevant voor cafeïnegevoeligheid, antipsychotica en sommige antidepressiva.
  • CYP2B6 – Helpt bij de verwerking van verschillende medicijnen in de lever. Varianten kunnen invloed hebben op je reactie op medicatie die wordt gebruikt bij neurologie, anesthesie, stoppen met roken en de behandeling van infectieziekten.
  • CYP2C9 – Belangrijk voor de afbraak van veelgebruikte medicijnen. Dit gen heeft veel invloed op bloedverdunners zoals warfarine, bepaalde pijnstillers zoals NSAID’s en sommige diabetesmedicatie.
  • CYP2C19 – Beïnvloedt hoe goed je lichaam verschillende veel voorgeschreven medicijnen verwerkt. Vooral relevant voor antidepressiva, maagzuurremmers zoals protonpompremmers en bloedplaatjesremmers zoals clopidogrel.
  • CYP2D6 – Een van de klinisch belangrijkste farmacogenetische genen. Het beïnvloedt de verwerking van veel antidepressiva, opioïden, bètablokkers en psychiatrische medicatie.
  • CYP3A4 – Een belangrijk enzym dat betrokken is bij de verwerking van een groot deel van alle voorgeschreven medicijnen. Het heeft invloed op veel medicijngroepen, waaronder statines, immunosuppressiva, antibiotica en cardiovasculaire medicatie.
  • CYP3A5 – Nauw verwant aan CYP3A4 en ook betrokken bij de verwerking van medicijnen. Vooral belangrijk voor immunosuppressieve medicijnen zoals tacrolimus.
  • DPYD – Helpt bij de afbraak van fluoropyrimidine-chemotherapie. Varianten kunnen het risico verhogen op ernstige toxiciteit door medicijnen zoals fluorouracil, ook bekend als 5-FU, en capecitabine.
  • G6PD – Beschermt rode bloedcellen tegen oxidatieve schade. Bepaalde varianten kunnen het risico verhogen op afbraak van rode bloedcellen bij het gebruik van specifieke antibiotica, antimalariamiddelen of andere medicijnen.
  • HLA-B*1502 – Een immuungerelateerd gen dat in verband wordt gebracht met ernstige overgevoeligheidsreacties. Vooral relevant voor anti-epileptica zoals carbamazepine.
  • HLA-B*5701 – Helpt het risico op ernstige immuungemedieerde medicijnreacties te voorspellen. Vooral belangrijk vóór behandeling met abacavir en sommige andere medicijnen.
  • HLA-A*3101 – Gelinkt aan een verhoogd risico op huidreacties en overgevoeligheidsreacties op bepaalde medicijnen. Vooral geassocieerd met behandeling met carbamazepine.
  • MTHFR677 – Speelt een rol bij folaatmetabolisme en methyleringsprocessen. Varianten kunnen invloed hebben op hoe je lichaam folaat verwerkt en op de reactie op een klein aantal medicijnen, waaronder methotrexaat.
  • NUDT15 – Helpt je lichaam thiopurinemedicatie veilig te verwerken. Varianten kunnen de gevoeligheid verhogen voor azathioprine, mercaptopurine en verwante medicijnen.
  • SLCO1B1 – Verantwoordelijk voor het transport van bepaalde medicijnen naar de lever. Het sterkst gekoppeld aan de verwerking van statines en het risico op spierbijwerkingen door statines.
  • TPMT – Helpt bij de afbraak van thiopurinemedicatie. Verminderde TPMT-activiteit kan het risico op toxiciteit door azathioprine, mercaptopurine en thioguanine verhogen.
  • UGT1A1 – Betrokken bij de afbraak en uitscheiding van stoffen via de lever. Vooral relevant voor irinotecan-chemotherapie en het hiv-medicijn atazanavir.
  • VKORC1 – Speelt een belangrijke rol bij vitamine K-metabolisme en bloedstolling. Varianten beïnvloeden sterk de gevoeligheid voor bloedverdunners zoals warfarine en acenocoumarol.

Deze genen zijn geassocieerd met de verwerking van een groot aantal medicijnen en kunnen invloed hebben op of iemand een normale, intermediaire, snelle of trage metaboliseerder is. Bepaalde genetische varianten kunnen ook de gevoeligheid voor specifieke medicijnen verhogen of het risico op bijwerkingen vergroten.

Over de testresultaten

Nadat je monster is geanalyseerd, ontvang je een beveiligd online rapport met een uitgebreid overzicht van de genen die zijn getest en eventuele aandachtspunten. Het rapport legt uit hoe jouw genetische varianten invloed kunnen hebben op de verwerking en werking van bepaalde medicijnen.

De testresultaten worden uitgelegd in duidelijke taal. Het rapport kan bijvoorbeeld laten zien dat je lichaam bepaalde medicijnen langzamer of sneller verwerkt, of dat een arts of apotheker extra aandacht moet besteden aan de dosering of monitoring van specifieke medicijnen.

De resultaten zijn bedoeld ter informatie en moeten altijd samen met een gekwalificeerde zorgverlener worden geïnterpreteerd. Medicatie mag nooit uitsluitend op basis van de resultaten van deze test worden gestart, aangepast of gestopt.

Waarom zou je een farmacogenetische test laten doen?

Mensen kunnen heel verschillend reageren op dezelfde medicatie. Terwijl de ene persoon het gewenste effect ervaart, kan een ander merken dat een medicijn minder goed werkt of onverwachte bijwerkingen veroorzaakt. Farmacogenetica helpt een deel van deze verschillen te verklaren door genetische variaties te analyseren die invloed hebben op de manier waarop geneesmiddelen door het lichaam worden verwerkt.

Een farmacogenetische test kan helpen om:

  • Te identificeren welke medicijnen mogelijk te snel of te langzaam worden verwerkt
  • Het risico op bijwerkingen of ongewenste geneesmiddelreacties te verminderen
  • Meer gepersonaliseerde keuzes voor medicatie en dosering te ondersteunen
  • Beter te begrijpen waarom bepaalde behandelingen mogelijk niet het gewenste resultaat hebben gehad
  • Waardevolle inzichten te bieden voordat je met nieuwe medicatie begint

Deze inzichten kunnen bijdragen aan beter onderbouwde gesprekken met je arts, apotheker of andere zorgverlener en kunnen helpen om behandelkeuzes te optimaliseren op basis van jouw unieke genetische profiel.

FAQs

Wat is een farmacogenetische test?

Een farmacogenetische test analyseert specifieke genen die betrokken zijn bij de verwerking van medicijnen door jouw lichaam. De resultaten kunnen helpen voorspellen of bepaalde geneesmiddelen normaal werken, minder effectief zijn of een verhoogd risico op bijwerkingen met zich meebrengen.

Hoe kan mijn DNA invloed hebben op medicatie?

Jouw genen beïnvloeden hoe snel jouw lichaam medicijnen afbreekt en verwerkt. Sommige mensen metaboliseren geneesmiddelen zeer snel, terwijl anderen ze juist langzamer verwerken. Dit kan invloed hebben op de werkzaamheid van medicatie, de benodigde dosering en de kans op bijwerkingen.

Voor wie is een farmacogenetische test geschikt?

Deze test kan nuttig zijn voor mensen die:

  • Bijwerkingen ervaren van medicatie
  • Het gevoel hebben dat hun medicatie niet werkt zoals verwacht
  • Meerdere medicijnen gebruiken
  • Vooraf inzicht willen krijgen voordat zij met een behandeling starten
  • Een geschiedenis hebben van ongebruikelijke reacties op medicatie

De test kan ook waardevolle informatie bieden aan artsen en apothekers bij het kiezen van medicatie of het aanpassen van de dosering.

Kan deze test mij vertellen welk medicijn het beste bij mij past?

Nee. De test schrijft geen medicatie voor, maar kan wel waardevolle informatie bieden over hoe jouw lichaam mogelijk reageert op bepaalde geneesmiddelen. Je arts of apotheker kan deze informatie gebruiken ter ondersteuning van behandelbeslissingen en medicatiekeuzes.

Moet ik stoppen met mijn medicatie voordat ik de test doe?

Nee. De test analyseert jouw DNA, en dat verandert niet door het gebruik van medicatie. Je kunt je medicijnen doorgaans blijven gebruiken zoals voorgeschreven, tenzij je arts of andere zorgverlener anders adviseert.

Verandert mijn DNA in de loop van de tijd?

Nee. Jouw farmacogenetisch profiel blijft je hele leven hetzelfde en verandert niet in de loop van de tijd. In de meeste gevallen hoeft deze test slechts één keer te worden uitgevoerd.

Mag ik mijn resultaten met mijn arts of apotheek delen?

Ja. Het rapport is bedoeld om te worden gedeeld met zorgverleners en kan een hulpmiddel zijn bij medicatiebeoordelingen, beslissingen over dosering en gesprekken over de behandeling. Sommige apotheken kunnen farmacogenetische resultaten ook in uw medicatiedossier vastleggen.

Betekent een genetische variant altijd dat een geneesmiddel onveilig is?

Nee. Een genetische variant betekent niet automatisch dat een medicijn gevaarlijk of ongeschikt is. In veel gevallen kan deze informatie juist helpen bij het aanpassen van de dosering of het nauwlettender volgen van de patiënt.

Is deze test ook nuttig als ik gezond ben?

Ja. Veel mensen laten uit eigen beweging een farmacogenetische test uitvoeren, zodat ze hun genetisch medicatieprofiel al bij de hand hebben als ze in de toekomst medicijnen nodig mochten hebben.

Hoe werkt het?

  • Woman in professional cozy kitchen with Homed-IQ test kit
    1

    Bestel je test

    Snelle en discrete levering door de brievenbus

  • 2

    Bloedafname bij een afnamecentrum

    Video-instructies inbegrepen

  • 3

    Laboratoriumanalyse

    ISO-gecertificeerd laboratoriumnetwerk

  • 4

    Ontvang je resultaten

    Eenvoudige toegang via mobiel

Soa-tests vergelijken

Soa-tests vergelijken

Beoordeeld als uitstekend op Trustpilot

Wat zoek je?

Popular Searches:  STI  Blood  Swab  Urine  Allergy